Magazine Logo

Er zijn 17 resultaten voor:

Placeholder image

Je naaste buur is beter dan je verre broer

Interview met Maryan Anshur Omar, voogd en gezinsvoogd bij Stichting Nidos, jeugdbescherming voor vluchtelingen. Van Somalië naar Nederland Ik kwam 13 jaar geleden als vluchteling naar Nederland met een zus en een vriendin en haar dochtertje, omdat er burgeroorlog in Somalië was. Mijn ouders komen oorspronkelijk uit Noord-Somalië. Sinds 1972 woonden zij in de hoofdstad Mogadishu, in Zuid-Somalië. De burgeroorlog ontstond doordat de hoofdclans onderlinge problemen kregen. Ik behoor tot de subclan ‘Daaroord’ van de hoofdclan ‘Saab’. Iedereen van mijn stam werd destijds mishandeld en vermoord of weggejaagd, ook mijn familie. Het maakte toen niet uit waar je terechtkwam, als je maar veilig was. Mijn moeder en oudste zus vluchtten naar Noord- Somalië, een andere zus naar Engeland, mijn broer naar Aboe Dhabi (Verenigde Arabische Emiraten) en mijn jongste zus en ik naar Nederland. Mijn moeder had er veel moeite mee dat wij alles verloren. Mijn vader overleed toen ik jong was, en mijn moeder stond hierdoor alleen voor de verzorging en de opvoeding van de kinderen. Zij was een zakenvrouw en had een winkel. Zij heeft in haar eentje veel opgebouwd, maar moest alles achterlaten. Clans spelen een grote rol in Somalië. Het is een groep met een eigen naam, kenmerken, tradities en gedachtegoed. Alle Somaliërs stammen af van de broers Samaal en Saab, en zijn afstammelingen van de profeet Mohammed. De twee hoofdclans in Somalië zijn de landbouwclan met afstammelingen van Saab en de nomadenclan met afstammelingen van Samaal. Deze kun je onderverdelen in clans, die op hun beurt weer zijn onder te verdelen in subclans en familiegroepen, zogeheten rers. Het behoren tot een clan verschaft je status. Een van de belangrijkste verschillen tussen de hoofdclans is dat in de nomadenclans iedereen aan elkaar gelijk is, terwijl in de landbouwclans sprake is van hiërarchie. De clans spelen een belangrijke rol in de maatschappelijke verhoudingen, de politiek en in oorlogssituaties. (Van Keulen en Van Beurden, 2002)

1-10-2004 - Birsen Akin
Editie 3 - 2004
Ouderschapskennis
  • Samenvatting

    Het voledige artikel is beschikbaar na het afnemen van een abonnement. Abonneren

  • HTML

    Het voledige artikel is beschikbaar na het afnemen van een abonnement. Abonneren

  • PDF

    Het voledige artikel is beschikbaar na het afnemen van een abonnement. Abonneren

Placeholder image

Doorgaan voor normaal

Het streven naar integratie van verstandelijk gehandicapten leidt op het niveau van politiek en beleid tot strijd over de grenzen van burgerschap en de verhouding van rechten en plichten. In het leven van ouders van kinderen met een lichte verstandelijke handicap neemt diezelfde strijd de vorm aan van alledaagse, praktische, emotionele en existentiële dilemma's. Terwijl naar een zo normaal mogelijk leven heftig wordt verlangd, vormen zowel de beperkingen van het kind als de beperkingen van bestaande integratiepraktijken een obstakel op de weg naar ‘normalisering. In dit artikel staat de vraag centraal in hoeverre de bestaande integratiepraktijken de daadwerkelijke inclusie in de weg staan van kinderen die anders zijn en blijven. Trefwoorden: licht verstandelijk gehandicapte kinderen, integratie, inclusie Jet Isarin werkt bij de Afdeling Huisartsgeneeskunde van het AMC aan door NWO gefinancierd ethisch-empirisch onderzoek naar de ervaringen van mensen die betaalde arbeid combineren met langdurige en intensieve mantelzorg voor een kind, partner of ouder. Eind 2004 start zij met een project over integratie en normalisering waaraan jongeren met een beperking als medeonderzoeker deelnemen. Adres: Academisch Medisch Centrum, Afdeling Huisartsgeneeskunde, Kamer J2-114, Postbus 22660, 1100 DD Amsterdam Telefoon: 020-5667166 /E-mail: pi.sari@wxs.nl Inleiding Sinds enige jaren worden verstandelijk gehandicapten beschouwd als burgers die recht hebben op deelname aan de samenleving en zonodig op steun daarbij. Het burgerschapsparadigma veronderstelt inclusie, dat wil zeggen een vanzelfsprekend erbij horen waarvoor de voorwaarden door reguliere maatschappelijke voorzieningen worden gecreëerd. In de praktijk gaat het burgerschapsideaal vooralsnog samen met halfslachtige en half geslaagde pogingen tot integratie. Hoewel het begrip integratie verwijst naar een actief opnemen in het geheel, verwijzen integratiepraktijken veelal naar een actief opgaan in het geheel: het zijn de buitenstaanders die zich moeten aanpassen aan een context die hen van oudsher buitensluit. Dat integratie niet alleen een recht is, maar ook een opdracht ondervinden ouders van kinderen met een IQ tussen de 50 en de 85 en met problemen op het gebied van sociale redzaamheid.

1-10-2004 - Dr. Jet Isarin
Editie 3 - 2004
Ouderschapskennis
  • Samenvatting

    Het voledige artikel is beschikbaar na het afnemen van een abonnement. Abonneren

  • HTML

    Het voledige artikel is beschikbaar na het afnemen van een abonnement. Abonneren

  • PDF

    Het voledige artikel is beschikbaar na het afnemen van een abonnement. Abonneren

Placeholder image

Een ouderbegeleidingstraject op basis van Transactionele Analyse

Onderstaande casus beschrijft een ouderbegeleidingstraject dat gebaseerd is op de Transactionele AnalysefTA). De opzet is om de lezer te laten ervaren dat veel interventies en begeleiding mogelijk zijn op sociaal niveau (observeerbaar gedrag), terwijl tegelijkertijd het gezin ook op psychologisch niveau (interne beleving) positief wordt beïnvloed. De casus is gefocust op een centraal thema: het geven van aandacht volgens het TA-concept Strook2. Het woord ouderschap komt in de tekst niet voor, maar ouderschap is steeds aan de orde. Vader en moeder worden consequent als ouder benaderd en aangesproken. Overwegingen uit de TA zijn cursief gedrukt; TA-concepten worden in voetnoten kort beschreven. Wanneer een TA concept wordt gebruikt, is het met een hoofdletter geschreven om onderscheid te maken tussen de reguliere betekenis van dat woord en het concept. Drs. Anne-Marie Linnenkamp is docente opvoedkunde, (opvoedings)therapeut, trainer en supervisor Adres: Godelindeweg 70, 1412 HE Naarden, tel. 035-6940689 E-mail: jaslin@tiscali.nl Aanmelding De Moeder van Naomie belt en vraagt of ik ook met kinderen werk. Naomie heeft en geeft problemen, en Moeder heeft gehoord dat ik ook met kinderen overweg kan. Ik leg uit dat mijn methode verschilt van wat gebruikelijk is: ik werk veelal met de ouders en slechts een enkele keer met de kinderen zelf. Moeder zegt plots: ‘Ik heb alles voor mijn dochter over; als er een thera-pieplaats is voor mij en mijn man dan hoor ik het wel. Ik neem tenminste aan dat u een wachtlijst heeft.’ Het woordje ‘alles’ lijkt me overdreven, en meteen aannemen dat ik een wachtlijst heb en dat ze in therapie gaan ervaar ik als ‘overrulend’. Het is of moeder me uitnodigt in haar gedragspatroon. Wanneer ik dit nu laat passeren, zal ik eerst denken ‘wat een toegewijde moeder en ouders’, en als later blijkt dat ze echte problemen heeft, wellicht kritischer: ‘Nou zeg, waarom lukt het je dan niet?’ Van haar kant kan moeder over mij gaan denken: ‘Ze begrijpt mijn situatie niet’ en uiteindelijk: ‘Zie je wel, niemand kan me helpen, ik moet het zelf doen. ’ Dan zouden we beiden ophangen met een onbegrepen, onaangenaam gevoel

1-10-2004 - Anne-Marie Linnenkamp
Editie 3 - 2004
Ouderschapskennis
  • Samenvatting

    Het voledige artikel is beschikbaar na het afnemen van een abonnement. Abonneren

  • HTML

    Het voledige artikel is beschikbaar na het afnemen van een abonnement. Abonneren

  • PDF

    Het voledige artikel is beschikbaar na het afnemen van een abonnement. Abonneren

Placeholder image

Had ik maar een mongool

Ouderschap van een kind met een lichte verstandelijke handicap is zwaar ouderschap. LVG-kinderen lopen een groot risico gedragsproblemen te ontwikkelen, en ouders lopen het risico door hulpverleners en zorgaanbieders te worden beschouwd als de veroorzakers van die problemen. Ouders zijn kwetsbaar in hun poging zicht te krijgen op de handicap van hun kind en door de jarenlange extra inzet die van hen gevraagd wordt. Het is voor hen moeilijk te beoordelen of de handicap van hun kind adequaat is onderzocht en welke vragen onbeantwoord zijn gebleven, en veel leed wordt veroorzaakt door gebrek aan kennis over ouderschap en handicaps bij hulpverleners. Het perspectief van de ouders dient serieus te worden onderzocht, en de ouderbegeleider moet leren de onbekendheid van de handicap te verdragen en ouders te helpen ook die realiteit onder ogen te zien. Trefwoorden: lichte verstandelijke handicap (LVG), ouderbegeleiding Jeanne Luijten is ouderbegeleider bij Aventurijn, dagkliniek Kinder- en Jeugdpsychiatrie van de Zonnehuizen te Zeist. Daarnaast zelfstandig werkzaam als docent ouderbegeleiding. Adres: Zonnehuizen Veldheim-Stenia, Utrechtseweg 69, 3704 HB Zeist, tel: 030- 69 45 300 E-mail: JeanneL@veldheim-stenia.nl Inleiding Meer dan andere handicaps, is een lichte verstandelijke handicap voor ouders een bron van zorg en verwarring. In de beslotenheid van de spreekkamer verzuchten zij soms met enige gêne: ‘Had ik maar een mongool’. Vergeleken met andere soorten handicaps springt voor ouders het Downsyndroom er positief uit (Dykens & Hodapp, 2001): het is immers duidelijk wat er aan de hand is en een kind met het syndroom van Down wordt door iedereen als zodanig herkend en makkelijk geaccepteerd. Ouders met een LVG-kind staan wat dat betreft met lege handen: ‘Je ziet niks aan hem. Mijn familie begrijpt niet wat er aan de hand is en denkt dat ik hem verkeerd aanpak/te veel ver-wen/het aan mij ligt.’ Vaak worstelen ouders jarenlang met de vraag wat de handicap van hun kind betekent. Met de verzuchting ‘had ik maar een mongool’ zeggen zij eigenlijk: ik snap niet wat mijn kind heeft, de ene keer kan het iets wel, de andere keer niet: hoe zit dat? Ik doe het nooit goed en ik begrijp mijn kind niet. Hoe moet ik hem grootbrengen en wat zal er later van hem worden?

1-10-2004 - Jeanne Luijten
Editie 3 - 2004
Ouderschapskennis
  • Samenvatting

    Het voledige artikel is beschikbaar na het afnemen van een abonnement. Abonneren

  • HTML

    Het voledige artikel is beschikbaar na het afnemen van een abonnement. Abonneren

  • PDF

    Het voledige artikel is beschikbaar na het afnemen van een abonnement. Abonneren

Placeholder image

Hoe krijgen we opvoeddeskundigen zo gek dat ze ouders gaan begrijpen

Dr. Janneke Wubs (1970), psycholoog, was na haar studie enige tijd opvanghuismoeder in de gezinsverpleging: samen met haar partner runde zij een ‘gezin’ met vier pleegkinderen. Na deze praktijkervaring werkte ze bij de Rijksuniversiteit Groningen aan een proefschrift over opvoedingsadvies aan Nederlandse ouders vanaf 1945 tot het eind van de 20ste eeuw. (Wubs, 2004) Zij beschrijft en analyseert daarin het denken over opvoeding dat zichtbaar wordt in adviesboeken voor ouders. Meer dan honderd van de meest populaire boeken heeft ze onderzocht: van Langeveld tot Gordon, van Spock tot Bill Cosby, van Selma Fraiberg tot Rita Kohnstamm, en van Teleac-cursusboeken tot het Groeiboek van de consultatiebureaus. Veel van deze boeken zijn vele malen en in grote oplagen herzien en herdrukt. Wubs belicht de opvoedingsboeken vanuit drie perspectieven. Ten eerste dat van de deskundigen zelf: wie waren zij, wat voor theorieën hanteerden ze en welke deskundigheid vonden ze belangrijk in opvoeding? Het tweede perspectief is dat van het kind: wie en wat zijn kinderen volgens die boeken, hoe ontwikkelen ze zich en wat hebben ze nodig? Het derde perspectief ten slotte is dat van ouders: wat is (goed) ouderschap, wat is de rol van vader en van moeder, en wat moeten ouders wel en niet doen in de opvoeding? Wubs besteedt een apart hoofdstuk aan het concrete en tegelijk controversiële onderwerp ‘straf’. De vraag die dit onderzoek bij haar heeft opgeroepen is: hoe komt het toch dat deze boeken zo in trek zijn en welk concreet effect hebben ze? Trefwoorden: opvoeding, opvoedingsadvies Een paradoxale boodschap Opvoedingsadvies kreeg na 1970 een ander karakter. In de naoorlogse jaren vijftig en zestig was opvoedingsadvies vooral moreel-pedagogisch en soms godsdienstig van aard. Het ideale gezin kende één verschijningsvorm. Deskundigen wisten precies hoe het moest en de opvoedingsdoelen waren duidelijk: kinderen moesten zelfstandig worden en hun karakter moest zo worden gevormd dat zij nuttige leden van de samenleving werden. Gemeenschapszin was een belangrijke waarde; de psychologische kenmerken en behoeften van het kind, daarentegen, waren niet doorslaggevend. Maar vanaf 1970 veranderde dit. Een nieuwe generatie deskundigen trad aan en bijna het hele arsenaal aan opvoedingsboeken werd vernieuwd.

1-10-2004 - Mariëtte Hoogsteder
Editie 3 - 2004
Ouderschapskennis
  • Samenvatting

    Het voledige artikel is beschikbaar na het afnemen van een abonnement. Abonneren

  • HTML

    Het voledige artikel is beschikbaar na het afnemen van een abonnement. Abonneren

  • PDF

    Het voledige artikel is beschikbaar na het afnemen van een abonnement. Abonneren

Placeholder image

Inhoudsopgave

Inhoudsopgave

1-10-2004 -
Editie 3 - 2004
Ouderschapskennis
  • Samenvatting

    Het voledige artikel is beschikbaar na het afnemen van een abonnement. Abonneren

  • HTML

    Het voledige artikel is beschikbaar na het afnemen van een abonnement. Abonneren

  • PDF

    Het voledige artikel is beschikbaar na het afnemen van een abonnement. Abonneren

Placeholder image

Is er met die ouders wel samen te werken?

Een lichte verstandelijke handicap bij een kind gaat vaak samen met psychiatrisch of genetisch bepaalde problemen. Bijna even vaak wordt dat te laat ontdekt. Als de verstandelijke beperking of de psychiatrische stoornis al onderkend wordt, blijft het risico dat de gedragsproblematiek uit één van beiden wordt verklaard. Intussen verkijken ouders, leerkrachten en hulpverleners zich erop. Het kind loopt vast, ouders krijgen de schuld ergens van en hulpverleners dreigen de boot te missen. “Met die ouders valt niet samen te werken!” concludeert de aanmelder in deze casus. De casus toont de noodzaak aan van vroegtijdige, gespecialiseerde (‘duale’) diagnostiek. Hij behandelt ook de vraag welke positie men ouders in onderzoek en hulpverlening toekent, en beschrijft een tocht langs methodische valkuilen bij een complex kind met complexe ouders. Daartoe horen het vallen en opstaan van een onderzoekende ouderbegeleider (of ouderbegeleidende onderzoeker) die vanuit zijn methodiek soms andere prioriteiten stelt dan gebruikelijk is in de onderzoeksfase. De cursieve passages zijn reflecties van de ouderbegeleider. Trefwoorden: gehandicapte ouders, ouderbegeleiding bij LVG (licht verstandelijk gehandicapte) kinderen met een psychiatrische diagnose Pieter Remmerswaal is ouderbegeleider/supervisor bij De Banjaard, Psychiatrisch Onderzoeks- en BehandelCentrum voor kinderen en jeugdigen met een lichte verstandelijke handicap te Den Haag.

1-10-2004 - Pieter Remmerswaal
Editie 3 - 2004
Ouderschapskennis
  • Samenvatting

    Het voledige artikel is beschikbaar na het afnemen van een abonnement. Abonneren

  • HTML

    Het voledige artikel is beschikbaar na het afnemen van een abonnement. Abonneren

  • PDF

    Het voledige artikel is beschikbaar na het afnemen van een abonnement. Abonneren

Placeholder image

Kolom - GGZ is handel!

Bent u zich al aan het voorbereiden op de marktwerking in de GGZ? Als het aan de minister ligt mogen wij, hulpverleners/therapeuten, als eersten bewijzen dat het werkt. Ik ben er in ieder geval al druk mee bezig. De website is af: www.bertpsychotherapeut.nl, de folders liggen klaar en ik heb mijn aanbod aangepast. Zo heb ik de behandeling van hechtingsstoornissen eruit gegooid, want daar is geen droog brood mee te verdienen. Geef mij maar een depressieve ouder. Financieel veel aantrekkelijker.

1-10-2004 -
Editie 3 - 2004
Ouderschapskennis
  • Samenvatting

    Het voledige artikel is beschikbaar na het afnemen van een abonnement. Abonneren

  • HTML

    Het voledige artikel is beschikbaar na het afnemen van een abonnement. Abonneren

  • PDF

    Het voledige artikel is beschikbaar na het afnemen van een abonnement. Abonneren

Placeholder image

Literatuur - Recensies

Diverse recensies

1-10-2004 - Alice van der Pas
Editie 3 - 2004
Ouderschapskennis
  • Samenvatting

    Het voledige artikel is beschikbaar na het afnemen van een abonnement. Abonneren

  • HTML

    Het voledige artikel is beschikbaar na het afnemen van een abonnement. Abonneren

  • PDF

    Het voledige artikel is beschikbaar na het afnemen van een abonnement. Abonneren

Placeholder image

Meer over MEE - Redactie en lezers in gesprek

In het maartnummer van O&O (7.1) stond in deze rubriek een aantal reacties op het omvormen van de SPD’s in MEE. Werkers uit het veld die negatief zijn over de manier waarop de verandering heeft plaatsgevonden, maar vooral over de consequenties voor het hulpaanbod. De directie van MEE Nederland reageerde onmiddellijk. Geachte redactie, Bij deze een reactie van MEE Nederland naar aanleiding van de rubriek ‘Wellesnietes’ in uw maartnummer. Geschrokken zijn wij van de onjuiste beeldvorming over de ambities en taken van MEE, niet alleen bij de door u geciteerde werkers, maar nadrukkelijk ook bij u als redactie. Kwalijk vinden wij het dat ‘anonieme’ uitspraken zijn opgenomen die niet in een context zijn geplaatst of zelfs in het geheel niet stroken met de werkelijkheid, zonder dat wij gelegenheid hebben gekregen te reageren. Hierdoor is twijfel gezaaid over de intenties die de MEE-organisaties hebben ten aanzien van de ondersteuning van mensen met een beperking in het algemeen en mensen met een verstandelijke beperking in het bijzonder.

1-10-2004 - Miriam Zegger
Editie 3 - 2004
Ouderschapskennis
  • Samenvatting

    Het voledige artikel is beschikbaar na het afnemen van een abonnement. Abonneren

  • HTML

    Het voledige artikel is beschikbaar na het afnemen van een abonnement. Abonneren

  • PDF

    Het voledige artikel is beschikbaar na het afnemen van een abonnement. Abonneren

Placeholder image

Nawoord

Deze drie therapeuten gaan vakkundig te werk — maar is hun werk ouderbegeleiding volgens de in de inleiding genoemde criteria? Beelen beoefent een creatieve versie van methodische ouderbegeleiding. Haar doel blijft impliciet, maar met al wat zij doet beoogt ze herstel van de ouderlijke metapositie. Haar methode is transparant, leidt tot consequent de ouderbegeleidende positie innemen en behoedt voor oneigenlijk gebruik van autoriteit. Zij volgt het denken van ouders op de voet en organiseert elke sessie zodanig dat zowel vader als moeder — als ook het kind, uiteraard - die als constructief beleeft. Zij behandelt kinderen met respect, maar heeft ook ‘geheimen’ met de ouders: alleen met hen wordt het werk-deel van elke sessie gepland en geëvalueerd. En dat gebeurt op geleide van doelstellingen die de ouders formuleren met behulp van observatieverslagen die Beelen hun toestuurt.

1-10-2004 - Alice van der Pas
Editie 3 - 2004
Ouderschapskennis
  • Samenvatting

    Het voledige artikel is beschikbaar na het afnemen van een abonnement. Abonneren

  • HTML

    Het voledige artikel is beschikbaar na het afnemen van een abonnement. Abonneren

  • PDF

    Het voledige artikel is beschikbaar na het afnemen van een abonnement. Abonneren

Placeholder image

Samen balanceren op een evenwichtsbalk

De auteur beschrijft vanuit zijn ervaring als (voormalig) ouderbegeleider in de zorg voor verstandelijk gehandicapte kinderen, als ouder van een autistische en verstandelijk gehandicapte zoon en als opleider enkele uitgangspunten voor de begeleiding van ouders van kinderen met een verstandelijke beperking. Hij noemt de hulpverleningsrelatie subtiel en fragiel omdat het lijkt op samen balanceren op een evenwichtsbalk. De auteur vraagt uitdrukkelijk aandacht voor onderkenning van de machtsdimensie in de relatie, voor het recht van ouders op non-acceptatie van de handicap van hun kind, en pleit voor ‘partnership’ en dienende deskundigheid. Het verschil tussen het zorgconcept van de ouder en het ontwikkelingsconcept van de hulpverlener komt aan bod, en de ouderlijke behoefte aan situatie-specifieke adviezen. Het artikel eindigt met de beschrijving van vijf aanvullende competenties van ouderbegeleiders in de Verstandelijk Gehandicapten-sector. Trefwoorden: ouderbegeleiding, ouderschap en LVG-kind Wim Goossens is docent en supervisor aan de Hogeschool Zuyd te Sittard, Faculteit Sociaal Werk, opleiding Maatschappelijk werk en Dienstverlening. Adres: Postbus 69, 6130 AB Sittard, tel. 046-4207272. E-mail: w.goossens@hszuyd.nl

1-10-2004 - Wim Goossens
Editie 3 - 2004
Ouderschapskennis
  • Samenvatting

    Het voledige artikel is beschikbaar na het afnemen van een abonnement. Abonneren

  • HTML

    Het voledige artikel is beschikbaar na het afnemen van een abonnement. Abonneren

  • PDF

    Het voledige artikel is beschikbaar na het afnemen van een abonnement. Abonneren

Placeholder image

Speltherapie voor Bas en begeleiding van zijn ouders

De speltherapie in mijn praktijk is op basis van de cliënt centered houding. Ouders worden verwezen door school, huisarts, logopedist of fysiotherapeut. De problemen van de kinderen variëren van zeer teruggetrokken tot heel druk of agressief gedrag. De belangrijkste voorwaarde om met hen aan het werk te gaan is dat het kind zelf wil komen. Daarnaast vind ik het belangrijk, en voor het kind noodzakelijk, dat ouders bereid zijn om te kijken naar hun gedrag en manier van omgaan met emoties, en om nieuw gedrag met hun kind uit te proberen. Het kennismakingsgesprek voer ik bij voorkeur met beide ouders en het kind. De gebruikelijke intakevragen komen dan aan bod. Wanneer ik denk dat speltherapie goede mogelijkheden biedt, worden drie observatie-speluren afgesproken met aansluitend een oudergesprek. De ouders krijgen een vragenlijst met anamnesevragen om thuis in te vullen. Het kind kiest zelf waarmee het wil spelen en hoe. De inhoud van het spel is vertrouwelijk. Het kind mag alles aan iedereen vertellen, maar ik alleen met toestemming van het kind. Voorafgaand aan elk oudergesprek bespreek ik met het kind wat ik hun vertel. Ik heb elke maand een gesprek met de ouders waarin informatie uit de therapie verbonden wordt met ontwikkelingen en vragen van thuis. Ik bespreek de bevindingen en mijn gedachten over emoties die het kind aan het uitspelen of verwerken is of waar het moeite mee heeft. Er worden hypotheses geformuleerd en doelen die haalbaar lijken met speltherapie.

1-10-2004 - Katja Witsenburg
Editie 3 - 2004
Ouderschapskennis
  • Samenvatting

    Het voledige artikel is beschikbaar na het afnemen van een abonnement. Abonneren

  • HTML

    Het voledige artikel is beschikbaar na het afnemen van een abonnement. Abonneren

  • PDF

    Het voledige artikel is beschikbaar na het afnemen van een abonnement. Abonneren

Placeholder image

Thema I: Licht verstandelijk gehandicapt kind: zwaar ouderschap! - Inleiding op het thema

‘Achterlijkheid was een probleem “dat eerst in de school (...) aan den dag” kwam, zoals in 1905 gesteld werd door de onderwijzer Schreuder. (... ) “De leerplicht is de belangrijkste oorzaak geweest voor de ontstellende toename van de zwakzinnigheid. Die schiep niet alleen de debielenschool, maar ook de tienduizenden debielen zelf,” aldus onderwijzer en pedagoog Van Liefland in 1951’ (Mans, 1998). En achter alle tienduizenden ‘achtergeblevenen’, of kinderen die licht verstandelijk gehandicapt (LVG) zijn of ‘kinderen met een lichte verstandelijke beperking’, zoals wij hen anno 2004 noemen, staat het tweevoudige aan ouders. Wat zijn hun problemen en dilemma’s? Worden zij naar behoren gesteund en zo geholpen dat zij hun gehandicapte kind zonder al te veel kleerscheuren groot kunnen brengen? En gaat het bij een lichte verstandelijke handicap nu om een groot of om een klein probleem? De onzichtbaarheid van de lichte verstandelijke handicap en de verwarring die daardoor ontstaat, is in ieder geval voor ouders een extra handicap. Bovendien gaat een lichte verstandelijke handicap vaak gepaard met ernstige gedragsproblemen ten gevolge van andere stoornissen of syndromen, die eveneens slecht onderkend worden (Dekker & Koot, 2003).

1-10-2004 - Pieter Remmerswaal en Jeanne Luijten
Editie 3 - 2004
Ouderschapskennis
  • Samenvatting

    Het voledige artikel is beschikbaar na het afnemen van een abonnement. Abonneren

  • HTML

    Het voledige artikel is beschikbaar na het afnemen van een abonnement. Abonneren

  • PDF

    Het voledige artikel is beschikbaar na het afnemen van een abonnement. Abonneren

Placeholder image

Van de redactie

In dit nummer staan dc volgende zinnen: ‘Geen enkele ouderbegeleiding kent een geëffend pad: steeds weer moeten ouders en ouderbegeleiders een subtiel evenwicht weten te vinden. ... Wie deze uitdaging niet aan wil gaan, houdt zich beter verre van een rol als ouderbegeleider.’ (Goossens) Deze zinnen zijn kenmerkend voor de inhoud van dit hele nummer.

1-10-2004 - Ineke Huibregtsen
Editie 3 - 2004
Ouderschapskennis
  • Samenvatting

    Het voledige artikel is beschikbaar na het afnemen van een abonnement. Abonneren

  • HTML

    Het voledige artikel is beschikbaar na het afnemen van een abonnement. Abonneren

  • PDF

    Het voledige artikel is beschikbaar na het afnemen van een abonnement. Abonneren

Placeholder image

Wat heet (nog) ouderbegeleiding? - Inleiding op het thema

In de eerste jaargangen van Ouderschap & Ouderbegeleiding verscheen driemaal het thema ‘Wat heet ouderbegeleiding?’ Nu de vraag weer wordt gesteld is hij minder vrijblijvend bedoeld dan die eerdere keren, en wordt hij toegespitst op het trekken van grenzen: ‘Wat heet nog ouderbegeleiding?’ De redactie gaf me de vrije hand daarbij en ik heb doelbewust drie ervaren collega’s met ongeveer hetzelfde opleidingsniveau, maar sterk uiteenlopende referentiekaders en werkwijzen, uitgenodigd om een casus uit te werken. Zij beseften wat de bedoeling was: zich de maat laten nemen als ouderbegeleider, en hebben ja gezegd. ‘Petje af’ dus. Het is niet alleen een hoop werk om een voorbeeld van je werk zo op te schrijven en te ‘organiseren’ dat een brede groep lezers snapt wat jij aan het doen bent, het is ook zeer spannend om in het openbaar te worden beoordeeld. De gevalsbeschrijvingen zijn interessant, lopen goed af (voor zover je dat kunt zeggen zonder follow up), en zijn uitgevoerd door vakmensen die weten wat ze doen. De vraag is echter: mag het ouderbegeleiding heten? Op zich een verwarrende vraag, trouwens. Er zijn hulpverleners die jaren heel methodisch met ouders werken zonder te beseffen dat het ouderbegeleiding heet. Ze zijn steeds weer bezig het meta-niveau van ouders te versterken maar hebben die term nog nooit gehoord. Anderen noemen hun werk ‘ouderbegeleiding’, maar misschien ten onrechte. Niet elk gesprek-met-ouders mag immers ‘ouderbegeleiding’ heten. Anderzijds impliceert ‘ouderbegeleiding’ niet per se alléén gesprekken met ouders. Ouders begeleiden kan ook met kinderen erbij. Het cruciale criterium is de attitude van de hulpverlener en hoe die attitude tot uiting komt in het denken over en doen met ouders.

1-10-2004 - Alice van der Pas
Editie 3 - 2004
Ouderschapskennis
  • Samenvatting

    Het voledige artikel is beschikbaar na het afnemen van een abonnement. Abonneren

  • HTML

    Het voledige artikel is beschikbaar na het afnemen van een abonnement. Abonneren

  • PDF

    Het voledige artikel is beschikbaar na het afnemen van een abonnement. Abonneren

Placeholder image

Wessel en zijn ouders in creatieve therapie

Creatieve therapie maakt gebruik van de media beeldend vormen, drama, muziek en dans. Specifiek voor beeldend vormen is de methode ‘gezins-creatieve-therapie’ ontwikkeld. Het gezin wordt in de gelegenheid gesteld om, terwijl men bezig is met handenarbeidopdrachten, een plezieriger omgang te ervaren en zich deze manier van doen eigen te maken. Mevrouw Frans Beelen is geregistreerd creatief therapeut beeldend vormen en (leer)supervisor, en docent supervisiekunde. Zij doceert aan de Hogeschool van Utrecht (Praktisch Pedagogische Gezinsbegeleiding) en aan de RINO Amsterdam. Adres: M.G. de Bruinlaan 16, 3571 VE Utrecht Inleiding: de methode Creatieve therapie, zoals hieronder met een casus geïllustreerd, gebruikt het model van Gezins-Creatieve-Therapie (Beelen, 2003) en gaat uit van acht gezinssessies en twee evaluatiegesprekken met de ouders. Ouders ondersteunen bij de opvoeding is het doel, ook in de gezinssessies. Deze worden daarom altijd voorbesproken met de ouders, zonder de kinderen erbij, en de ouders hebben de leiding bij het uitvoeren van opdrachten. Ze worden weer kort nabesproken met alleen de ouders. Tot aan de tussenevaluatie arrangeert de creatief therapeut met behulp van zorgvuldig uitgedachte handenarbeidopdrachten succeservaringen voor het gezin — dus ook voor de ouders. In de evaluatie wordt met de ouders besproken wat zijzelf aan de succeservaringen hebben bijgedragen, en in de resterende sessies worden zij geholpen om succesvol gedrag bewust in te zetten, opdrachten te bedenken, en zo te zorgen voor transfer van succesvol gedrag naar het dagelijkse leven. Na een voorbespreking met de ouders en de eerste, korte gezinsobservatie formuleert elk gezinslid naar aanleiding van het verslag daarvan eigen werkpunten. Deze helpen om doelgericht aan de slag te gaan met werkstukken. Ze zorgen er ook voor dat zowel elk werkstuk als het nieuwe gedrag waarmee dat tot stand komt als ‘eigen’ wordt beleefd. Het verwoorden van het eigen aandeel in de successen maakt de gezinsleden meer zelfbewust. Ze geven daarna een positieve richting aan wat er gebeurt in de creatieve therapie, en via gericht huiswerk uiteindelijk ook thuis. Onderstaande casus schetst hoe de therapie van Wessel en zijn ouders verliep tot aan de tussenevaluatie.

1-10-2004 - Frans Beelen
Editie 3 - 2004
Ouderschapskennis
  • Samenvatting

    Het voledige artikel is beschikbaar na het afnemen van een abonnement. Abonneren

  • HTML

    Het voledige artikel is beschikbaar na het afnemen van een abonnement. Abonneren

  • PDF

    Het voledige artikel is beschikbaar na het afnemen van een abonnement. Abonneren

Gerōn

Op deze site vindt u een statisch archief van het tijdschrift Geron, over ouder worden en samenleving en het werken met en voor ouderen. Gerôn biedt een platform voor discussie en geeft informatie over het ouder worden en het werken met en voor ouderen. Het tijdschrift Gerôn is zijn tiende jaargang ingegaan met een nieuwe uitgever: Uitgeverij SWP. Het eerste nummer van de nieuwe jaargang is verschenen op 18 maart 2008. Geron wordt op dit moment uitgegeven door Bohn Stafleu van Loghum (www.bsl.nl)



Ouderschapskennis

Ouderschapskennis, voor opvoedondersteuners en ouderbegeleiders, is een tijdschrift voor de studie van ouderschap en ouderschapsproblematiek. De redactie van Ouderschapskennis weet uit ervaring wat de dagelijkse dilemma’s op de werkvloer van ouders, ouderbegeleiders en opvoedondersteuners zijn.

Naar de Ouderschapskennis site.



Waardenwerk

Tijdschrift Waardenwerk richt zich op het onderzoeken en ondersteunen van werken aan waarden op drie, onderling samenhangende niveaus: het niveau van de persoonlijke bestaansethiek, het niveau van werk en professioneel handelen en het niveau van organiseren en besturen.


Naar de Waardenwerk site.



Participatie en Herstel

‘Participatie en Herstel’ is een voortzetting van het Tijdschrift voor Rehabilitatie en Herstel. Het richt zich op ondersteuning van maatschappelijk herstel, sociale inclusie en het tegengaan van maatschappelijke uitsluiting van mensen met een verslaving of met forensische problematiek.



Participatie en Herstel.